ELLA KALSBEEK
Voorzitter
Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)

“Overpeinzingen van een oud-huisarts”

December 2040.

Hee, daar loopt mevrouw van Looijen. Een oud-patiënte. Nog kwiek voor haar 94 jaar. 25 jaar geleden was ze opgegeven met haar uitgezaaide kanker. Maar via een experiment met toen nieuwe medicijnen is ze genezen! Toen revolutionair, nu normaal.

Nu ik zo’n 15 jaar huisarts af ben, laat ik patiënten nog weleens de revue passeren.  Zo had je het echtpaar de Bruin. Hij arbeidsongeschikt, zij zonder diploma en zonder werk. Ze leken een abonnement te hebben op problemen: schulden, uit hun huis gezet, te veel alcohol. Dat vertaalde zich in veelvuldig bezoek aan mij. Hoofdpijn was dan de klacht, maar dat was natuurlijk niet het echte probleem. Ik heb wat afgetobd om ze dan bijvoorbeeld naar maatschappelijk werk te krijgen. Dat is nu stukken beter. In elke huisartsenpraktijk zit tegenwoordig een sociaal werker die de weg weet in de niet-medische hulpverlening. Een verademing: zo’n collega met andere expertise.
Ons werk was sowieso de laatste jaren beter georganiseerd. Gelukkig hebben we als huisartsen vastgehouden aan het principe van maximaal twee verschillende huisartsgezichten voor een patiënt. Met twee dokters die ieder vier dagen werken heb je nu zo’n 1800 patiënten. Heel vroeger had ik er meer in mijn eentje!

Die verlaging van het aantal patiënten per huisarts was ook wel erg nodig. Er zijn veel minder ziekenhuizen nu. Er gebeurt meer bij de huisarts: van diagnostiek tot behandeling. Het goede daarvan is dat het mensen rust geeft als ze door hun eigen dokter worden geholpen. Er moest destijds flink wat worden aangepast voor mensen die echt te ziek of te oud waren om alleen thuis te wonen. Mijn voorkeur hebben woonvormen waarbij een klein aantal mensen met elkaar een groot huis bewoont. Dat begon met mensen van rond de 75 met een dikke beurs die gezamenlijk een pand kochten. Voor zorgaanbieders werd het makkelijker om aan zo’n gemeenschapje een vaste kracht ‘toe te delen’, die vertrouwd werd met iedereen die daar woonde. Dit voorkwam veel ellende omdat die professional snel doorhad als een medebewoner achteruitging. De woningbouwverenigingen namen deze woonvorm over voor mensen met een smallere beurs. Mooi, omdat mensen niet gedijen in eenzaamheid. Zeker niet als ze kwetsbaar raken, minder mobiel zijn, hun partner is overleden en hun kinderen inmiddels ook bejaard zijn.

Komt natuurlijk al het e-gedoe bij. Het is voor mensen nu makkelijker om allerlei zaken rond hun gezondheid in de gaten te houden of heel simpel door te geven aan de huisarts en haar medewerkers. Daar moesten veel mensen wel aan wennen. Het voelde in eerste instantie nogal afstandelijk. Even bij de praktijk langs, is ook wel gezellig. Maar ja, daarvoor zijn dan weer wel clubjes voor  ‘gezond bewegen’ en ‘samen lekker koken’ in plaats gekomen. Ach, vroeger was zeker niet alles beter….

Meer dromen